Defensieweb wiki
Advertisement

Luitenant-generaal Willem Boetje (Wormerveer, 2 april 1849 - ?, 28 juli 1943) was een Nederlands militair.

Hij vocht als Luitenant-Kolonel in Nederlands-Indië. Voor zijn inzet in Atjeh werd hij op 9 april 1895 beloond met de Militaire Willems-Orde. Op 24 mei 1897 volgde een Eresabel voor zijn verdiensten op Lombok.Boetje bracht het tot bevelhebber van het Nederlands-Indisch Leger.

In 1906 was de kanseliersfunctie van de beide Nederlandse ridderorden weer hersteld en zo weer in overeenstemming met de wettelijke bepalingen gebracht.Na de splitsing werd Vice-admiraal Stokhuyzen Kanselier van de Militaire Willems-Orde, een functie die sinds 1838 met die van Kanselier van de Orde van de Nederlandse Leeuw in één hand was geweest en sinds 1849 "Kanselier der Nederlandse Ridderorden" werd genoemd. Luitenant-generaal Boetje volgde in 1916 Vice-admiraal Stokhuyzen op als Kanselier van de Militaire Willems-Orde en werd in 1918 als opvolger van J.H.L.F. von Franck ook Kanselier van de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau. Men noemde hem aldra "Kanselier van de Nederlandse Ridderorden hoewel deze term in de wet niet voorkwam.

In 1918 intervenieerde Boetje toen een ontwerp-wet op de Militaire Willems-Orde gereed lag. Hij maakte bezwaar tegen een op ideeën van Luitenant-generaal F.H.A. Sabron berustende ontwerp van wet omdat dat niet bij de Indische praktijk aansloot.Van de hervorming kwam tot in de zomer van 1940 niets.

Op 9 juni 1927 werd Willem Boetje eervol ontslagen als Kanselier.

Willem Boetje was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau en drager van het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven en het Lombokkruis.

Advertisement