Defensieweb wiki
Advertisement

De Veiligheidsraad is het hoogste orgaan van de Verenigde Naties en heeft de primaire verantwoordelijkheid voor het handhaven van de internationale veiligheid en vrede, in het kader van de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties.

Samenstelling[]

De Veiligheidsraad bestaat uit vijftien leden van de Verenigde Naties, waarvan vijf permanente leden: de Verenigde Staten, Rusland (voorheen de Sovjet-Unie), China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

De overige tien landen worden telkens voor twee jaar gekozen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties; elk jaar worden er vijf nieuwe landen gekozen. Van deze tien landen zijn er vijf uit Afrika en Azië, twee uit Latijns-Amerika, één uit Oost-Europa en twee voor uit een restgroep (West-Europa, Canada, Oceanië).

Het voorzitterschap van de Veiligheidsraad wisselt op de eerste dag van elke nieuwe maand, in alfabetische volgorde van de Engelse naam van de leden.

Elk lid van de Verenigde Naties mag (zonder stemrecht) deelnemen aan vergaderingen van de Veiligheidsraad, indien de Veiligheidsraad meent dat de belangen van dat lid in het geding zijn.[1]

Recente tijdelijke leden[]

Tijdelijke leden in de afgelopen en komende jaren zijn:

Jaren Tijdelijke leden
2001-2002 Colombia, Ierland, Mauritius, Noorwegen en Singapore
2002-2003 Bulgarije, Guinee, Kameroen, Mexico en Syrië
2003-2004 Angola, Chili, Duitsland, Pakistan en Spanje
2004-2005 Algerije, Benin, Brazilië, Filipijnen en Roemenië
2005-2006 Argentinië, Denemarken, Griekenland, Japan en Tanzania
2006-2007 Congo-Brazzaville, Ghana, Peru, Qatar en Slowakije
2007-2008 België, Italië, Zuid-Afrika, Indonesië en Panama
2008-2009 Congo, Burkina Faso, Libië, Kroatië en Costa Rica
Nederland was vijf keer lid van de Veiligheidsraad: in 1946, 1951-1952, 1965-1966, 1983-1984 en 1999-2000
België was ook vijf keer lid: in 1947-1948, 1955-1956, 1971-1972, 1991-1992 en 2007-2008

Mogelijke uitbreiding van de Veiligheidsraad[]

Vier landen — te weten Brazilië, Duitsland, India en Japan — hebben aangegeven dat zij graag een permanente zetel in de Veiligheidsraad willen krijgen. In september 2005 is hierover gestemd. Daarnaast zouden ook nog één of twee Afrikaanse landen een permanente zetel moeten krijgen, maar hier is nog veel onduidelijkheid over. Mede door het feit dat de huidige vijf permanente leden liever geen nieuwe permanente leden erbij willen hebben. Met een uitbreiding van het aantal landen met een vetorecht zou het in de toekomst veel moeilijker worden om nog tot een akkoord te komen.

Stemprocedure[]

Om een besluit te nemen in de Veiligheidsraad moeten er negen stemmen vóór zijn, terwijl geen van de vijf permanente leden tegen stemt. De permanente leden hebben namelijk het recht van veto. Daarmee kunnen zij voorgestelde besluiten (ontwerpresoluties) van andere leden met betrekking tot internationale vrede en veiligheid tegenhouden. Tijdens de Koude Oorlog is er van dit recht veelvuldig gebruikgemaakt, waardoor de Veiligheidsraad vaak niet tot een beslissing kon komen. Sinds 1990 wordt het vetorecht alleen nog in bijzondere omstandigheden gebruikt.

Hoewel het Handvest van de Verenigde Naties vereist dat alle vijf permanente lidstaten instemmen voordat een voorstel doorgang kan vinden, is het inmiddels gewoonterecht dat een onthouding of afwezigheid van een van hen geen hindernis is voor de aanname van een voorstel.

Het vetorecht geldt niet in procedurekwesties: daarin is een meerderheid van negen op vijftien voldoende.[2] Procedurekwesties omvatten het aannemen van een huishoudelijk reglement, de uitnodiging van een niet-lid om aan een vergadering deel te nemen, het oprichten van hulporganen en het op de agenda zetten van een onderwerp.

Bevoegdheden[]

De Veiligheidsraad heeft de primaire verantwoordelijkheid voor handhaving van de veiligheid en vrede. Diens besluiten heten resoluties. De Veiligheidsraad mag elk (dreigend) geschil onderzoeken en maatregelen voorstellen (volgens het internationaal recht niet bindend) en opleggen (bindend); onder dit laatste valt ook het instellen van sancties en het gebruik van militair geweld.[3] Het monopolie van de Veiligheidsraad op het gebied van vrede en veiligheid werd in 1950 voor een stuk aangetast door de Uniting for Peace-resolution. Dankzij deze resolutie mag de Algemene Vergadering zich met elke situatie bemoeien waar sprake is van verbreking of bedreiging van de vrede, of als de Veiligheidsraad ten gevolge van het veto van een permanent lid niet kan optreden. Deze resolutie is door de vroegere Sovjet-Unie en haar bondgenoten steeds fel bestreden.

Een aantal bevoegdheden moet de Veiligheidsraad delen met de Algemene Vergadering:

  • toelating, schorsing en uitstoting van leden: de Algemene Vergadering besluit nadat de Veiligheidsraad een aanbeveling heeft gedaan;
  • de verkiezing van de rechters van het Internationaal Gerechtshof: de kandidaat die in zowel de Algemene Vergadering als de Veiligheidsraad een absolute meerderheid van de stemmen haalt, is verkozen;
  • de benoeming van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties: de Algemene Vergadering besluit nadat de Veiligheidsraad een aanbeveling heeft gedaan.
  1. Marc Bossuyt en Jan Wouters (2005): Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen enz., blz. 598.
  2. Marc Bossuyt en Jan Wouters (2005): Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen enz., blz. 599.
  3. Marc Bossuyt en Jan Wouters (2005): Grondlijnen van internationaal recht, Intersentia, Antwerpen enz., blz. 601.
Advertisement