Defensieweb wiki
Advertisement


Dit artikel is een begin jij kan ook meehelpen om dit artikel te voltooien. Klik op edit om dit artikel aan te passen.


De Orde van Oranje-Nassau is een Nederlandse ridderorde die zes ridderlijke graden kent. Een benoeming in de orde wordt verleend wegens bijzondere verdiensten jegens de samenleving. Van verdiensten is sprake indien iemand zich geruime tijd ten bate van de samenleving heeft ingespannen of anderen heeft gestimuleerd, of wanneer iemand een of meer opvallende prestaties heeft geleverd of werkzaamheden heeft verricht die voor de samenleving een bijzondere waarde hebben (artikel 2 van het Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau).

Het gaat bijvoorbeeld om maatschappelijk en cultureel vrijwilligerswerk. Het gaat dan niet alleen om bestuurders, maar ook om mensen die door hun inzet verenigingen draaiend houden en organisaties toegankelijk maken voor de samenleving. Militairen ontvangen de Orde van Oranje Nassau "met de Zwaarden" wat inhoudt dat zij in plaats van een gouden of zilveren lauwerkrans een paar gekruiste zwaarden in de armen van het kruis dragen. Ook op de eremedailles werd de lauwerkrans door zwaarden vervangen.

In het kader van staatsbezoeken worden ook personen (buitenlanders) benoemd in de Orde van Oranje-Nassau. Een dergelijke benoeming is een uiting van waardering van het Nederlandse staatshoofd voor het staatshoofd van de vreemde mogendheid. Vertrekkende ambassadeurs worden soms onderscheiden met het grootkruis van de Orde van Oranje-Nassau. In dat geval zijn er reciprociteitsafspraken gemaakt, inhoudende dat ook de vreemde mogendheid een vertrekkende Nederlandse ambassadeur een onderscheiding verleent. De koning der Nederlanden is grootmeester van de orde. De regering laat zich bij het administreren van de orde bijstaan door de Kanselier van de Nederlandse Ridderorden en zijn Kanselarij der Nederlandse Orden. Anders dan de Militaire Willems-Orde en de Orde van de Nederlandse Leeuw heeft de Orde van Oranje-Nassau nooit een eigen kanselier of kanselarij gekend. Er is ook nooit een eigen kapittel geweest.

Rangorde[]

De onderscheidingen zijn van hoog naar laag:

  • Ridder 1e graad, genoemd Grootkruis: Het ordeteken aan een grootlint over de rechterschouder alsmede een zilveren ster .
  • Ridder 2e graad, genoemd Grootofficier: Het ordeteken aan een lint of strik alsmede een zilveren ster in de vorm van een ruitvormige plaque
  • Ridder 3e graad, genoemd CommandeurHet ordeteken aan een lint of strik.
  • Ridder 4e graad, genoemd Officier: Het ordeteken aan een lint of strik waarop een rozet.
  • Ridder 5e graad, genoemd RidderordeHet ordeteken aan een lint of strik.
  • Ridder 6e graad, genoemd Lid Een iets kleiner ordeteken aan een lint of strik.

Het ordeteken van de vier hoogste graden is uitgevoerd in verguld zilver, dat van de vijfde en zesde is uitgevoerd in zilver.

Het lint is oranje tussen twee strepen van Nassaus blauw, de kleuren gescheiden door een smalle witte streep.

Ontstaan[]

De Orde van Oranje-Nassau is op 4 april 1892 ingesteld onder regentes Emma. In 1891 was namelijk de personele unie tussen Luxemburg en Nederland verbroken. Er waren, behalve de exclusieve Orde van de Nederlandse Leeuw, in Nederland geen onderscheidingen die de regering voor minder belangrijke verdiensten kon verlenen, maar vóór die tijd had de koning de mogelijkheid om ook in Nederland, zij het in zijn hoedanigheid van Groothertog van Luxemburg, de Luxemburgse orde van de Eikenkroon toe te kennen. De onderscheidingen van deze orde werden zo vaak aan Nederlanders toegekend dat men in het buitenland wel over een Nederlandse orde sprak. Toen Luxemburg een eigen dynastie kreeg, bestond die mogelijkheid niet meer, en daarom stelde koningin Emma, handelend voor haar minderjarige dochter Wilhelmina, een nieuwe Nederlandse ridderorde in.

De instelling van een orde viel in de Staten-Generaal niet bijzonder goed. De Sociaal-democraten maakten bezwaar tegen orden als instituut en de zwaardbepaling stuitte op veel kritiek. De wet werd desondanks aangenomen. In de eerste jaren was de relatie tussen de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau onduidelijk. Men kon het over de functionele verschillen niet eens worden.
Uiteindelijk ontstond, in strijd met de bedoeling, een praktijk waarbij de Orde van de Nederlandse Leeuw "hoger" was dan de Orde van Oranje-Nassau. Men moest Officier in de Orde van Oranje-Nassau zijn om tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw te worden benoemd. De ministers en Eerste- en Tweede Kamerleden konden al snel op een "Leeuw" rekenen wanneer zij een ambtstermijn of twaalf jaren in de Kamer hadden volgemaakt.

De kamers hebben al sinds de 19e eeuw geregeld over de ridderorden gediscussieerd en er is in 1963 ook een adviescommissie, de Commissie Houben geweest wier adviezen in een diepe la beland zijn. Van hervormingen kwam ondanks de bezwaren uit samenleving en politiek een eeuw lang niets terecht. De twee civiele orden waren verambtelijkt omdat vooral ambtelijke jubilea beloond werden, overdreven hiërarchisch, onvoldoende toegankelijk voor mensen die in het zakenleven verdienstelijk waren en slecht georganiseerd omdat het in de wet voorziene kapittel nooit was benoemd. De sociaaldemocraten vonden dat verdienstelijke arbeiders en werklieden systematisch werden achtergesteld.

Hervorming[]

Pas in 1996 kwam er een democratisering, nog voorbereid door minister van binnenlandse zaken Ien Dales. Tot 1996 bestond de orde uit vijf graden en waren er aan de orde eremedailles (goud-zilver-brons) verbonden. Sedert de lintjesregen van 1996 bestaat de orde uit zes graden en worden de eremedailles niet meer uitgereikt. Daarvoor in de plaats kwam het 'lidmaatschap' in de Orde van Oranje-Nassau. Bijzondere verdiensten zijn weer meer een criterium geworden voor de toekenning.

Literatuur[]

  • P.J. d'Artillac Brill Sr., "Beknopte geschiedenis der Nederlandse ridderorden", 's-Gravenhage 1951
  • J.A. van Zelm van Eldik, "Ons grondwetsartikel regelende de instelling van Ridderorden en de ontwikkelingsgang van de Nederlandse Orden in de 19e en 20e eeuw", 's-Gravenhage, 1985
  • Nick Steenkamp, "Doe wel en zie niet om", 's-Gravenhage 2000
  • J.A. van Zelm van Eldik, "Moed en Deugd", Zutphen 2003
  • Nar van Otterdam Held van het veld, Helmond 2008

Externe link[]


Zie ook:Lijst van Nederlandse onderscheidingen }}

Advertisement