Defensieweb wiki
Advertisement
O 21 haven van Gribalter

Hr. Ms. O 21 was een Nederlandse onderzeeboot van de naar dit schip genoemde O 21-klasse. De bouw van de O 21 vond, net als die van de O 22 en O 23, plaats vlak voor de invasie van Nederland. De O 21-klasse schepen stonden gepland als K XXI klasse schepen. Ze waren oorspronkelijk bestemd als schepen voor Nederlands-Indië, de K staat namelijk voor "koloniën".

De O 21 tijdens de Tweede Wereldoorlog[]

Tijdens van de Duitse aanval op Nederland in 1940 was de O 21 nog niet volledig afgebouwd. Wel had het al enkele proefvaarten gemaakt. De O 21 maakte samen met de O 22 in de avond van 10 mei 1940 de overvaart van Den Helder naar het Verenigd Koninkrijk. Deze overtocht vond plaats onder begeleiding van het bewakingsvaartuig' BV 37. De BV 37 was de door de Nederlandse marine in beslag genomen sleepboot De Schelde. Tijdens de overtocht naar het Verenigd Koninkrijk hadden de O 21 en de O 22 geen wapens aan boord, dus geen torpedo's en geen munitie voor de dekkanonnen. Op de ochtend van 11 mei 1940 bereikten de drie schepen de Downs. Omdat er in alle haast geen kaarten beschikbaar waren, moest de navigatie naar de Downs gebeuren aan de hand van een oude Duitse Fischerijkarte die op het laatste moment was afgenomen van een Groningse kustvaarder.[1]

Groot-Brittannië[]

Aangekomen in het Verenigd Koninkrijk werd de O 21 afgebouwd door de Britse marinewerf in Rosyth. Na de voltooiing van de O 21 is het schip kortstondig gestationeerd geweest in Portsmouth. Na de val van Frankrijk werd de haven van Portsmouth niet meer als veilig beschouwd en werden een aantal Nederlandse onderzeeboten overgeplaatst naar de tijdelijke haven in Dundee. Vanuit Dundee voerde de O 21 operaties uit op de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Deze operaties op de Noordzee en de Atlantische Oceaan waren weinig succesvol voor de O 21. Tot tweemaal toe kreeg de O 21 de kans om een Duitse onderzeeboot aan te vallen. Eenmaal begin augustus 1940 en eenmaal eind september 1940. Beide aanvallen mislukten.[1]

Tijdens de stationering in Dundee voerde de O 21 tests uit met de Britse 21" Mark IV torpedo. Deze tests werden gedaan om de combinatie van een Britse torpedo en een Nederlandse torpedobuis uit te proberen. De torpedobuizen van de Nederlandse onderzeeboten waren namelijk gemaakt voor een andere type torpedo. In het geval van de O 21 was dat de V53 van Whitehead & Co uit Fiume. Tijdens de eerste test in het Britse torpedo-testgebied bij Tay Sanctuary verscheen er een Duits Heinkel vliegtuig. Het Duitse vliegtuig beschoot de O 21 waardoor deze de test moest afbreken en duiken. Enkele dagen later werd de oorspronkelijke tests alsnog afgerond.[2]

Gibraltar[]

Hr. Ms

De O 21 zet de overlevenden van de U-95 af in Gribaltar

Na overleg tussen de Nederlandse marine-autoriteiten en de Britse onderzeedienst werden drie Nederlandse onderzeeboten, waaronder de O 21, begin 1941 overgeplaatst naar de Britse marinebasis in Gibraltar. Vanuit Gibraltar moest de O 21 operaties uitvoeren op de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Het eerste halfjaar bestonden de operaties van de O 21 uit konvooidiensten op de route tussen Gibraltar en het Verenigd Koninkrijk. Vanaf 19 juli 1941 voerde de O 21 ook oorlogspatrouilles uit in de Tyrreense Zee; het gebied tussen Sardinië en de Italiaanse westkust. De oorlogspatrouilles op de Tyrreense Zee waren een stuk succesvoller dan die op de Noordzee en de Atlantische Oceaan. De volgende schepen werden door de O 21, tijdens oorlogspatrouilles in de Tyrreense Zee tot zinken gebracht:[3]

  • 29-07-1941 Italiaans koopvaardijschip; 4000 ton; onbevestigd
  • 05-09-1941 Italiaans stoomschip; Isarco; 5738 ton
  • 03-10-1941 Frans schip; Qued Iquem; 3450 ton
  • 16-11-1941 Italiaanse moterschoener; San Salvatore; 250 ton
  • 28-11-1941 Duitse onderzeeboot; U-95; 500 ton

Het tot zinken brengen van de U-95 werd gezien als een groot succes. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er in totaal 14 Duitse onderzeeboten door geallieerde onderzeeboten tot zinken gebracht.[4] Bij het tot zinken brengen van de U-95 had de O 21 geluk. De U-95 was namelijk bezig met patrouilles voor de Spaanse kust. Tijdens deze patrouilles was deze op jacht naar, naar Gibraltar terugkerende Britse onderzeeboten. Maar omdat de O 21 plots van koers veranderde en omdat het silhouet van de O 21 niet overeen kwam met dat van een Britse onderzeeboot twijfelde de Duitse commandant. De Duitse commandant liet daarop naar de O 21 signaleren of zij zich wilde identificeren. De Nederlandse commandant J.F. van Dulm van de O 21 twijfelde niet en liet na elkaar twee torpedo's richting de U-95 lanceren. Beide torpedo's troffen doel, maar de eerste schampte slechts en explodeerde niet door koersverandering van de U-95. De tweede torpedo raakte waarschijnlijk de schroef en/of roerinstallatie met als gevolg het zinken van de U 95. Door de O 21 werden twaalf overlevenden van de U-95 gered. De Duitse bemanning vreesde in het water neergeschoten te zullen worden en sprak achteraf van een hele correcte behandeling door de Nederlanders. In december 1941 keerde de O 21 terug naar het Verenigd Koninkrijk voor periodiek onderhoud.[1]

Colombo[]

Vanaf halverwege 1942 tot en met 1943 opereerde de O 21 vanuit Colombo op Sri Lanka. Vanuit Colombo voerde de O 21 operaties uit in de Straat Malakka. Tijdens deze oorlogspatrouilles wist de O 21 de volgende schepen tot zinken te brengen:[2]

  • 13-03-1943 Japans vrachtschip; ss Kasago Maru 2; 3967 ton
  • 22-04-1943 Japans vrachtschip; ss Yamazato Maru; 6925 ton
O21 bemanning

Fremantle[]

Vanaf augustus 1943 was de O 21 gestationeerd in Fremantle in Australië en viel het schip onder Amerikaans commando. Maar eind 1943 moet de O 21 terugkeren naar Dundee vanwege problemen met de motor. Na de reparaties in Dundee vertrok de O 21 naar de Verenigde Staten via Newfoundland en Halifax. In Philadelphia vonden herstelwerkzaamheden aan de O 21 plaats. Pas in februari 1945 vertrok de O 21 richting Australië. Vanaf mei 1945 opereerde de O 21 weer vanuit Freemantle in Australië. Tijdens de patrouilles wist de O 21 alleen een Japanse vissersboot tot zinken te brengen.

De O 21 na de Tweede Wereldoorlog[]

Na de overgave van Japan bleef de O 21 tot begin 1946 patrouilles uitvoeren in de wateren van Nederlands-Indië, waarna het schip weer naar Nederland vertrok. Van 1946 tot 1950 heeft de O 21 in Nederland nog dienst gedaan als patrouilleschip, daarna werd het schip tot het eind van haar dienstperiode gebruikt als torpedotestschip. Bij deze tests vuurde de O 21 torpedo's met verschillende afstellingen af op testdoelen, waarbij een ander schip dan de torpedo volgde. Afhankelijk van het gedrag van de torpedo werden er aanpassingen gemaakt aan de torpedo en werd de test opnieuw uitgevoerd.[2]

Trivia[]

  • Verschillende opvarenden van de O 21 hebben later boeken met hun oorlogservaringen geschreven. De bekendste hiervan is wellicht Onder de bloedvlag van Hr. Ms. O 21 van commandant J.F. van Dulm uit 1947. Andere boeken zijn Hr.Ms. O 21 en De Kat Met Negen Levens van Wijnand Claes uit 1980 en Jonge honden - Oude helden van Jan Biesemaat uit 2002.

Zie ook[]

  1. 1,0 1,1 1,2 Bezemer, K.W.L.; Zij vochten op de zeven zeeën; Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V.; 1954
  2. 2,0 2,1 2,2 Dutchsubmarines.com :: O 21 (en)
  3. Nederlandse Marine.nl :: Hr.Ms. O 21
  4. Uboat.net :: U-boots sunk by submarines (en)
Advertisement