Hr. Ms. O 16 was een Nederlandse onderzeeboot en het enige schip van de O 16-klasse. De O 16 was ontworpen door Ir. G de Rooy en werd gebouwd door Koninklijke Maatschappij de Schelde uit Vlissingen [3]. Tijdens de bouw van de O 16, werd ten opzicht van haar voorgangers, 49% van de klinknagels vervangen door lassen. Ook was de O 16 de eerste Nederlandse onderzeeboot die werd vervaardigd van staal 52 [2].

In 1937 maakte de O 16 een tocht naar Noord-Amerika, tijdens deze tocht deed het schip de havens Horta, Bermuda, Norfolk en Washington aan. Prof. Dr. F.A. Vening Meinesz voerde tijdens deze tocht een deel van zijn zwaartekrachtproeven uit. De terugtocht naar Europa ging via de Azoren en Lissabon. In Lissabon werd prof. Dr. F.A. Vening Meinesz vervroegd van boord gezet. De O 16 moest namelijk vanwege de Spaanse Burgeroorlog konvooidiensten uitvoeren om schepen veilig van en naar Gibraltar te krijgen [2].

In 1939 werd de O 16 verbonden aan de onderzeebootdivisie in Nederlands-Indië. Op 24 april 1939 begon de O 16 aan de overtocht naar Nederlands-Indië waar ze veilig arriveerde op 15 juni 1939. De overtocht vond plaats onder commando van Luitenant ter zee II P.A. Mulock van der Vlies Bik. Voor de overtocht gebruikte de O 16 de kortste route die via hetSuezkanaal voerde [2].

Op 4 januari 1940 kwam de O 16 in aanvaring met de torpedobootjager de Witte de With. De O 16 hield aan deze aanvaring geen noemenswaardige schade over, de Witte de With daarentegen had schade opgelopen aan haar schroef [1].

O 16 tijdens WO II[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 bevond de O 16 zich in Tandjong Priok, Nederlands-Indië. In september 1940 voerde de O 16 een konvooidienst uit naar Mozambique omdat er berichten waren dat er een Duitse jager actief was in dat gebied. Eind 1941 werd O16 samen met de K XVII en de K XVIII ingedeeld bij de eerste divisie van het onderzeebootflottieltje. De O 16 stond vanaf dat moment onder commando van Luitenant ter zee I A.J. Bussemaker, die tevens flottieljecommandant was [1]. Aan het eind van november 1941 werd de O 16 overgeplaatst naar Sambas in het Noordwesten van Borneo. Op 1 december werd besloten de 1e divisie van het onderzeebootflottielje, waar de O 16 deel van uitmaakte, onder Brits commando te plaatsen. Als gevolg van dit besluit werd de O 16 samen met de K XVII overgeplaatst naar Singapore. Vanuit Singapore moesten de O 16 en K XVIII oorlogspatrouilles uitvoeren op de Zuid-Chinese Zee. Op 6 december vertrok de O 16 voor haar eerste patrouille uit de haven van Singapore. Een dag later, op 7 december, verklaarde Nederland de oorlog aan Japan, en daardoor werd deze patrouille direct een oorlogspatrouille. Tijdens deze patrouille wist de O 16 de volgende Japanse troepentransportschepen te beschadigen of tot zinken te brengen [2].

Beschadigd:[2]

  • Ayatosan Maru (9788 ton)
  • Sakura Maru (7170 ton)
  • Ayatosan Maru (9788 ton)

Gezonken:[2]

  • Tosan Maru (8666 ton)
  • Asosan Maru (8812 ton)
  • Kinka Maru (9306 ton)

De terugtocht naar Singapore werd de O 16 noodlottig: ze voer op 15 december 1941 rond 02:30 uur op een Japanse mijn. Door de explosie die deze mijn veroorzaakte kwamen 41 van de 42 bemanningsleden om het leven. Tegenwoordig wordt het wrak van de O 16 als officieel oorlogsgraf beschouwd [2].

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.