Defensieweb wiki
Advertisement

De Hollandse Oorlog (1672-1678), in Nederland meestal alleen bekend van het rampjaar waarmee die begon, was een oorlog van Frankrijk, aanvankelijk bijgestaan door Engeland en de bisschoppen van Münster en Keulen tegen de viervoudige alliantie van Brandenburg, het Oostenrijk, Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

De oorlog brak uit in april 1672, toen tegelijkertijd Frankrijk, Engeland, het Prinsbisdom Münster en het Aartsbisdom Keur-Keulen de Republiek aanvielen. De coalitie, ontstaan door het geheime verdrag van Dover, stond onder leiding van koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Hij wilde Frankrijk uitbreiden tot wat hij als de natuurlijke grens beschouwde, de Rijn. Het bisdom Münster had aanspraak op gebieden in Noord-Nederland, onder andere Westerwolde.

Dit omvangrijke anti-Nederlandse bondgenootschap zou een mislukking zijn van de buitenlandse politiek van Johan de Witt, die onvoldoende begreep hoe diep gegriefd de Franse koning Lodewijk XIV zich voelde door zijn op beteugeling van de Franse expansiegerichte buitenlandse politiek.

Invasie[]

Het bondgenootschap met de bisschoppen van Keulen en Münster maakte het de Fransen mogelijk om de Republiek vanuit het oosten aan te vallen, langs de Rijn. De Fransen rukten op met een leger van misschien wel 120.000 man sterk, een van de grootste legers die Europa tot die tijd had gezien. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had haar landleger en vloot verwaarloosd. De IJssel-linie hield niet lang stand en de Franse troepen drongen door tot in het hart van de Republiek. Zelfs de stad Utrecht werd door de Fransen bezet. Alleen de inundatie van de Waterlinie verhinderde de Fransen om in Holland zelf door te dringen.

In Holland brak door de oorlog een niet geheel spontane volksopstand uit. De Oranjepartij, zelf sterk door de Engelsen gesteund, gebruikte deze situatie om een staatsgreep te plegen. In veel plaatsen werden de regenten er valselijk van beschuldigd zich tegen betaling over te willen geven aan de Fransen. Dezelfde beschuldiging werd tegen Michiel de Ruyter ingebracht; hij zou de vloot aan de Fransen hebben willen verraden. In Den Haag werd de raadpensionaris Johan de Witt samen met zijn broer Cornelis vermoord: een volksmenigte werd opgehitst door orangisten en drong de gevangenis binnen waar Cornelis onder valse beschuldigingen wederrechtelijk werd vastgehouden. De situatie wordt wel omschreven als: Het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. Het Eerste Stadhouderloos Tijdperk eindigde toen Prins Willem III de nieuwe stadhouder werd, en voor De Republiek de leiding van de strijd tegen Frankrijk op zich nam.

In tegenstelling tot wat de Fransen en Engelsen hadden verwacht, bleek Willem III geen marionet in hun handen, maar geleid te worden door de belangen van de Nederlandse Republiek. De schrik over de Franse inval zat er bij de Nederlanders diep in. Willem III zou na de Hollandse Oorlog de spil worden van de anti-Franse coalitie in Europa, die in de Negenjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog het Franse expansiestreven toch een halt zou toeroepen.

Een nieuwe coalitie tegen het expansionisme van Frankrijk ontstond tussen Leopold I van het Heilige Roomse Rijk en de keurvorst van Brandenburg. Toen deze coalitie later door toedoen van Brandenburg uit elkaar viel, werd een nieuwe coalitie tussen Spanje, waarvan immers de Zuidelijke Nederlanden werden bedreigd, en verschillende Duitse vorsten opgericht. De in het centrum van De Republiek gelegerde Franse troepen raakten hierdoor geïsoleerd, omdat hun aanvoerlijn langs de Rijn bedreigd werd. Om een verbindingslijn langs de Maas op te bouwen, sloegen de Fransen in 1673 het beleg om Maastricht, welke stad zij ook veroverden.

De bisschop van Münster, Bernhard von Galen kon zonder veel verzet doortrekken naar de stad Groningen. De Ridderschap van Overijssel gaf zich zonder slag of stoot over. Ook Drenthe werd bezet.

De stad Groningen bood echter weerstand onder leiding van Carl von Rabenhaupt, baron van Sucha (1602 - 1675). De strijd werd van beide zijden vooral gevoerd met de artillerie. Hieraan heeft Bernhard von Galen zijn bijnaam Bommen Berend te danken. Het beleg duurde vier weken, waarna de bisschop van Münster het beleg opgaf nadat hij de helft van zijn leger had verloren, deels wegens gevechten met de vijand, en deels wegens het slechte weer.

Von Rabenhaupt en Von Galen bleven tot 1674 elkaar op verschillende plaatsen treffen, waarbij Von Rabenhaupt bij Veldhausen een nederlaag leed. Hierna grepen de coalitiegenoten van De Republiek, Brandenburg en keizer Leopold in. Voor de oorlog met Münster wordt ook wel de naam Tweede Münsterse Oorlog gebruikt. De Republiek sloot op 11 april 1674 vrede met Münster.

vrede in fase[]

Michiel de Ruyter versloeg een gecombineerde Engels-Franse invasie vloot driemaal achtereen, in juni twee maal bij het Schooneveld, in augustus nog eens bij Kijkduin. Het waren geen verpletterende overwinningen, maar gezien het numerieke overwicht van de vijand wel een wonderbaarlijke redding van het land. Op 22 april 1674 maakten Engeland en de Republiek middels een afzonderlijke vrede een eind aan de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (vrede van Westminster).

De oorlog van De Republiek met Frankrijk en Keulen werd pas beëindigd met de Vrede van Nijmegen van 1678. Bij dit verdrag gingen Franche-Comté en het westelijkste deel van Vlaanderen over van Spaanse in Franse handen. Frankrijk gaf Maastricht terug aan de Verenigde Provincies en in ruil daarvoor mocht de katholieke godsdienst vrij worden beleefd binnen de Verenigde Provincies.

Een gevolg van de oorlog, waarin door de invallende mogendheden vele kerken tijdelijk werden teruggegeven aan de katholieken, was een groeiend besef bij de Nederlandse autoriteiten dat de loyaliteit van de grote katholieke minderheid van essentieel belang was. Dit besef uitte zich in een grotere godsdienstvrijheid en een aanzienlijk soepeler beleid ten aanzien van katholieke schuilkerken.

Advertisement