Defensieweb wiki
Advertisement
Hendrik van Mecklenburg-Schwerin
{{{plaatje}}}
Algemeen
leven 1876 - 1934 <br.> Hendrik van Mecklenburg-Schwerin
functie {{{functie}}}
functie 1 Prins-gemaal van Nederland
functie 2 {{{functie2}}}
periode {{{periode}}}
periode 1 1901 - 1934
periode 2 {{{periode2}}}
periode 3 {{{periode3}}}
voorganger {{{voorganger}}}
voorganger 1 Emma van Waldeck-Pyrmont
voorganger 2 {{{voorganger2}}}
voorganger 3 {{{voorganger3}}}
opvolger {{{opvolger}}}
opvolger 1 Bernhard van Lippe-Biesterfeld
opvolger 2 {{{opvolger2}}}
opvolger 3 {{{opvolger3}}}
Familie relatie
vader Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin
moeder Marie van Schwarzburg-Rudolstadt
dynastie {{{dynastie}}}
Rang {{{rang}}}
Stamboom Stamboom

Hendrik Wladimir Albrecht Ernst (Schwerin, 19 april 1876Den Haag, 3 juli 1934), Hertog van Mecklenburg, Vorst van Wenden, Schwerin, Ratzeburg, Graaf van Schwerin, Heer van de landen Rostock en Stargard en sinds 1901 Prins der Nederlanden, was de echtgenoot van koningin Wilhelmina der Nederlanden.

Jeugd[]

Hendrik (Heinrich) was het vierde kind en de derde zoon van groothertog Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin en diens derde vrouw prinses Marie van Schwarzburg-Rudolstadt. Hij had een oudere zus, Elisabeth (1869-1955), die was getrouwd met groothertog Frederik August II van Oldenburg, en twee oudere broers, Frederik Willem (1871-1897; verdronken) en de politicus Adolf Frederik (1873-1969). Naast hen had hij nog twee oudere halfzusters en drie oudere halfbroers (twee andere halfbroers overleden reeds voor zijn geboorte), onder wie groothertog Frederik Frans III (1851-1897) en de hertog-regent Johan Albrecht (1857-1920).

Toen Hendrik 7 jaar oud was overleed zijn vader. De hertog bezocht het gymnasium in Dresden. Hierna maakte hij een reis naar Griekenland, Brits-Indië en Ceylon waarvan in de plaatselijke krant uitvoerig verslag werd gedaan. In zijn daaropvolgende militaire carrière verkreeg Hendrik de rang van eerste luitenant bij het gardebataljon jagers in Potsdam.

WilhelminaHendrik1901

Huwelijksfoto Hendrik en Wilhelmina

Huwelijk[]

Het huwelijk tussen Hendrik en Wilhelmina was gearrangeerd, maar desondanks koesterden de echtelieden een zekere genegenheid voor elkaar. Het paar verloofde zich op 16 oktober 1900. De voorbereidingen van het huwelijk, dat plaatsvond in Den Haag op 7 februari 1901, werden overschaduwd door de dood van haar oom - de enige nog levende oom/tante van Wilhelmina aan vaders zijde - groothertog Karel Alexander van Saksen-Weimar-Eisenach van bobbie (5 januari 1901) en van de Britse koningin Victoria (22 januari 1901). Hierdoor konden verschillende genodigden, onder wie koning Willem II van Württemberg en zijn gemalin Charlotte van Schaumburg-Lippe, groothertog Adolf van Luxemburg, groothertog Frederik August II van Oldenburg en hertog Karel Eduard van Saksen-Coburg en Gotha, de plechtigheid niet bijwonen. Wel aanwezig waren onder anderen Hendriks neef groothertog Frederik Frans IV van Mecklenburg-Schwerin, vorst Frederik van Waldeck-Pyrmont, vorst Gunther Victor van Schwarzburg-Rudolstadt, vorst Wilhelm van Wied, vorst Alexis van Bentheim-Steinfurt, prins Albert van Pruisen en de Russische grootvorsten Vladimir en Boris.

Omdat Wilhelmina het Huis Oranje-Nassau hoger achtte dan het Huis Mecklenburg bepaalde zij bij Koninklijk Besluit dat haar nazaten de titel Prins(es) van Oranje-Nassau zouden voeren vóór die van Hertog(in) van Mecklenburg. Hendrik ontving door het huwelijk de titel Prins der Nederlanden met het predicaat Koninklijke Hoogheid, niet echter de door de Mecklenburgers aanvankelijk geëiste titel Prins van Oranje.

Het huwelijk tussen de goedmoedige landedelman Hendrik met zijn boertige humor en de strenge en plichtsgetrouwe Wilhelmina is als slecht te kenschetsen. Wilhelmina had een hoge plichtsopvatting waarin voor haar man geen ruimte was. Het paar groeide uit elkaar. Een ander groot probleem was zijn voortdurende geldgebrek, dat nog verergerde toen na de Novemberrevolutie zijn groothertogelijke toelage wegviel. Ook de schandalen waarin Hendrik verwikkeld raakte, mede door pogingen geldbronnen aan te boren, maakten het huwelijk er niet beter op. Pas na zijn dood zou Wilhelmina Hendrik beter leren begrijpen en begon zij zijn karakter zelfs te idealiseren.

Juliana[]

Wilhelmina kreeg haar eerste miskraam in 1902. Het gerucht ging dat deze miskraam het gevolg was van de geslachtsziekte syfilis van Hendrik. De koningin was geschokt en wilde haar man voorlopig niet zien. De daaropvolgende jaren nam, na nog een aantal miskramen, de spanning toe over de vraag of Wilhelmina zou zorgen voor een troonopvolger of dat de Nederlandse troon bezet zou gaan worden door een Duitse prins. Op 22 november 1908 maakte minister-president Theo Heemskerk de 'vreugdevolle aandoening' bekend. Prins Hendrik werd in 1909 vader van een dochter: Juliana. Indien zij een jongen was geweest, dan zou de naam Willem Lodewijk zijn geworden. Met Juliana zou Hendrik een zeer goede verstandhouding ontwikkelen.

Maatschappelijke functies en privéleven[]

Hendrik bekleedde diverse erefuncties in het leger. Hij werd in 1901 tot schout-bij-nacht en generaal-majoor à la suite benoemd, in 1904 tot viceadmiraal en luitenant-generaal. Hij had weliswaar een zetel in de Raad van State, maar werd door zijn gemalin buiten alle politieke aangelegenheden gehouden. Deze onbeduidende positie betreurde hij ten zeerste ("het is niet aardig meer als je altijd maar voor spek en bonen erbij bent").

Hij maakte zich bij zijn personeel zeer geliefd, maar bleef voor het volk lange tijd een vreemde. In de beginjaren van zijn huwelijk besteedde hij vooral aandacht aan de jacht en de verbetering van de wildstand op de Veluwe. Het jagen werd hem echter niet door iedereen in dank afgenomen. Zijn bijnaam luidde Zwijnen Heintje. Prins Hendrik heeft altijd grote belangstelling gehad voor het sociale en economische leven in Nederland. Pas toen hij in 1907 op zee een reddingsoperatie gadesloeg, verbeterde zijn imago. Hij was beschermheer van de padvinderij en voorzitter van het Nederlands Rode Kruis en vervulde verschillende andere maatschappelijke functies. In 1928 opende hij de Olympische Spelen in Amsterdam.

Hendrik hield er een vrij frivole levensstijl op na; hij was een echte rokkenjager. Bekend is in dit verband de anekdote van de prins die, na de erepromotie van zijn dochter Juliana een gesprekje voerde met haar erepromotor, de bekende historicus Johan Huizinga. Huizinga zei tegen de prins: "Uw dochter is erg intelligent en kan goed overweg met haar vrouwelijke jaargenoten", waarop Hendrik geantwoord zou hebben: "Dat van die intelligentie heeft ze van haar moeder, dat van die meisjes van mij". Door François van 't Sant, een vertrouweling van Wilhelmina, zouden diverse gevallen zijn geregeld waarin Hendrik min of meer werd gechanteerd.

Ziekte en overlijden[]

De laatste jaren van zijn leven ging de gezondheid van Hendrik snel achteruit. Zijn reuma verhevigde, hij werd te dik en in 1929 kreeg hij zijn eerste hartaanval. De tweede volgde op 28 juni 1934. Op 3 juli 1934 om half twee 's middags stierf prins Hendrik op 58-jarige leeftijd in zijn kantoor aan een hartverlamming. Wilhelmina liet na het overlijden van haar man de kasten in diens kamer direct verzegelen om 'graaien van het personeel' te voorkomen. Juliana, die op het moment van het overlijden van haar vader in Engeland verbleef, zorgde er op haar beurt voor dat de ringen die de koningin al had laten verwijderen weer om de vingers van haar vader werden geschoven.

Naar eigen wens werd prins Hendrik op 11 juli 1934 in het wit begraven. Enkele weken na de bijzetting in de Nieuwe Kerk verscheen een advertentie in de dagbladen waarin bekend gemaakt werd dat Juliana afzag van de erfenis van haar vader.

Buitenechtelijke kinderen[]

Tijdens zijn huwelijk heeft Hendrik meerdere buitenechtelijke kinderen verwekt. Over hem wordt gezegd dat hij bij zijn huwelijk in 1901 zijn maîtresse uit Duitsland meenam naar Nederland.

In 1979 werd bekend dat Hendrik bij Mien Abbo-Wenneker een zoon had verwekt die op 22 juli 1918 te Den Haag was geboren. Het bestaan van deze halfbroer van Koningin Juliana werd door Loe de Jong gemeld in deel negen van zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. In hetzelfde jaar werd bekend dat het ging om Pim Lier. De onechte zoon was in 1919 tegen betaling van een maandelijkse toelage erkend door de luitenant Jan Derk Lier toen deze de moeder huwde. Door toedoen van Van 't Sant zou de toelage later zijn teruggeschroefd. De journalist Hendrik Jan Korterink beschrijft in het boek De zwarte schapen van Oranje de buitenechtelijke verhoudingen en kinderen van Prins Hendrik.

In september 1992 verscheen Edith Schaap-Abbo uit Den Haag op televisie. Ook zij zou door Hendrik zijn verwekt. Daarnaast zijn er nog drie kinderen bekend waarbij prins Hendrik wel eens wordt gezien als vader. Bewijs hiervoor is echter nooit gevonden.

Stamboom[]

Stamboom Hendrik van Mecklenburg-Schwerin
Grootouders

Paul Frederik van Mecklenburg (1800-1842)
x 1822
Alexandrine van Pruisen (1803-1892)

Frans Frederik van Schwarzburg-Rudolstadt (1801-1875)
x 1847
Mathilda van Schönburg-Waldenburg (1826-1914)

Ouders

Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin (1823-1883)
x 1868
Marie van Schwarzburg-Rudolstadt (1850-1922)

Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934)
x 1901
Wilhelmina van Oranje-Nassau (1880-1962)

Kinderen

Juliana (1909-2004)
x 1937
Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004)

Kleinkinderen

Beatrix (1938)
Irene (1939)
Margriet (1943)
Christina (1947)


Advertisement