Defensieweb wiki
Advertisement


DKM Prinz Eugen
PE Atomtest 1
De Prinz Eugen in 1946.
Carrière

}}

Kiellegging: 23 april 1936
Tewaterlating: 22 augustus 1938

In dienst:1 augustus 1940

Status: Gezonken op 22 december 1946 als gevolg van atoomproeven
Algemene kenmerken
Deplacement: 10.000 long ton (officieel); 18.960 long ton (werkelijk, maximaal)
Tonnage: Onbekend
Lengte: 207,7 meter ll, 212,5 meter oa
Breedte: 21,8 meter

Diepgang:7,2 meterVoortstuwing en vermogen:12 Wagner-La-Mont boilers;
3 stoomturbines;
110.000 pk (97 MW)
Drie schroeven

Snelheid: 32 knopen

Bereik:7000 zeemijlen (12.964 km) met een snelheid van 20 knopen (37 km/u)

Bemanning: 1548

Bewapening:8 x 203 mm (4×2)
12 x 105 mm (6×2)
12 x 37 mm (6×2)
8 x 20 mm
6 DieptebommenVliegtuigen en faciliteiten:3 Arado AR-196, 1 katapult

De Prinz Eugen was een zware kruiser van de Duitse Kriegsmarine (oorlogsmarine) tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bouw[]

Het schip is vernoemd naar Eugenius van Savoye en is het derde schip van de Hipperklasse. Net als de zusterschepen de Admiral Hipper en de Blücher, werd het schip in het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd. De bouw van de Prinz Eugen nam op 23 april 1936 een aanvang in de Krupp Germaniawerf in Kiel. Op 22 augustus 1938 was het schip gereed, waarna het op 1 augustus 1940 in gebruik werd genomen.

Zeeslag[]

Op 18 mei 1941 verliet de Prinz Eugen samen met het slagschip Bismarck de haven van Gdynia richting de Atlantische Oceaan. Zes dagen later, op 24 mei 1941, leverden de schepen slag tegen de Engelse HMS Hood en HMS Prince of Wales. De Hood zonk en de Prince of Wales raakte zwaar beschadigd. Na deze slag ging de Prinz Eugen op eigen houtje jagen op handelskonvooien. Door motorproblemen moest de operatie afgebroken worden. Op 1 juni kwam het schip aan in de haven van Brest. Een maand later werd het schip tijdens een luchtaanval van de RAF getroffen door een bom, waarbij zestig bemanningsleden omkwamen.

Uitbraak[]

Tot het begin van 1942 verbleef de Prinz Eugen in Brest. Gedurende deze tijd kwam het schip niet in actie. Hitler vreesde een invasie in Noorwegen en beval de Prinz Eugen in februari 1942 terug te keren naar Duitsland, om vandaar naar Noorwegen te gaan en een mogelijke invasie te stoppen. Samen met de slagschepen Scharnhorst en Gneisenau, die ook in Frankrijk voor anker lagen, nam de Prinz Eugen de kortste en gevaarlijkste route naar Duitsland: door het Kanaal. Met sterke steun vanuit de lucht wist het schip, samen met andere, kleinere eenheden van de Kriegsmarine, tussen 11 en 13 februari 1942 door het Kanaal heen te breken. Deze operatie, genaamd Cerberus, was sinds eeuwen de eerste succesvolle doorbraak van een vijandelijke vloot door het Kanaal. De Prinz Eugen bleef tijdens de operatie ongeschonden.

Naar Noorwegen[]

Onderweg naar Trondheim werd de Prinz Eugen op 23 februari 1942 door een torpedo van de Britse onderzeeboot HMS Trident zwaar beschadigd aan de achtersteven. Pas in 1943 was het schip weer operationeel. Tegen die tijd werd de rol van alle zware Kriegsmarine-eenheden verlaagd naar trainingen.

Tegen het eind van de oorlog werd de Prinz Eugen gebruikt om de oprukkende Russische eenheden bij de Baltische kust tegen te houden en Duitse vluchtelingen veilig naar Duitsland te brengen. Hierbij werd bij dichte mist op 15 oktober 1944 de lichte kruiser Leipzig geramd. De Leipzig brak hierdoor bijna doormidden. Gedurende 14 uur dreven de beide schepen stuurloos rond, het ene vast aan het andere.

Na de capitulatie[]

Na de Duitse capitulatie was de Prinz Eugen de enige zware eenheid van de Kriegsmarine die nog over was, en het schip kwam op 7 mei 1945 in Kopenhagen onder Brits gezag. Eind mei 1945 werden de kruiser en andere Duitse schepen naar Wilhelmshaven verscheept. In december van dat jaar werd het schip als oorlogsbuit aan de Amerikanen gegeven.

Naar Amerika[]

Op 13 januari 1946 werd het schip naar Boston vervoerd, waar het op een marinewerf tot grotere afmetingen werd verbouwd. De Prinz Eugen werd op 1 mei via het Panamakanaal naar San Diego vervoerd, om op 10 mei naar Honolulu te varen. Het transport gebeurde met behulp van sleepboten, omdat er nog maar één ketel in werking was.

Atoomproeven[]

Hierna werd het schip naar het Bikini-atol vervoerd om met vele andere schepen als proefschip voor atoomproeven te dienen (Operatie Crossroads). Bij de eerste proef, op 1 juli 1946 (de "test ABLE"), was er geen zichtbare schade; bij de tweede proef, op 25 juli (de "test BAKER"), evenmin. Het schip was echter zwaar radioactief besmet. Er waren ook scheuren in de Prinz Eugen gekomen, die niet hersteld konden worden. Het schip werd verplaats naar het Kwajalein-atol. Vanaf 16 december 1946 begon de Prinz Eugen steeds sterker naar stuurboord te hellen, waarna het schip op 22 december kapseisde.

Museumstuk[]

In 1979 is een van de drie schroeven geborgen. Het is nu een marinemonument in Laboe, in de buurt van Kiel. De Prinz Eugen ligt in de nabijheid van Kwajalein-Atoll en ligt ondersteboven met zijn kiel, een roer en een schroef nog boven water.

Externe links[]

Sjabloon:Coördinaten

Advertisement