Defensieweb wiki
Advertisement

Chemische wapens zijn niet-explosieve chemische stoffen die worden gebruikt om mensen buiten gevecht te stellen, te verwonden of te doden. Ze worden onderscheiden van biowapens die organismen of toxinen daarvan afkomstig bevatten. (In dit laatste geval is het onderscheid alweer wat onduidelijker). Voorbeelden van chemische wapens zijn:

In de Eerste Wereldoorlog werden voor het eerst chemische wapens gebruikt. Chloorgas werd verspreid door de loopgraven en kostte aan vele soldaten het leven.

Sinds die tijd zijn steeds nieuwe, potentieel effectievere chemische wapens ontwikkeld, zoals mosterdgas en zenuwgassen (als bijvoorbeeld Sarin). Er zijn ook vormen die slechts buiten gevecht stellen: traangas, braakgas, pepperspray.

Gedurende de oorlog Iran-Irak zijn door beide partijen chemische wapens gebruikt. Irak heeft later ook chemische wapens gebruikt tegen de Koerden in eigen land.

In 1925 werd het Protocol van Genève ondertekend, wat een verbod op het gebruik van chemische wapens instelde. Naderhand is dat uitgebreid naar andere massavernietigingswapens.
Het OPCW, een autonome internationale organisatie gevestigd in Den Haag, controleert op de wereldwijde naleving van contracten over chemische wapens.

Chemische en Biochemische wapens[]

Biochemische wapens zijn niet hetzelfde als chemische wapens. Biochemische wapens, ook wel biowapens genoemd hebben een oorsprong uit organismen. De biowapens kunnen die organismen bevatten of bestaan uit toxinen uit die organismen. Het zijn bijvoorbeeld vaak bacteriën of schimmels.

Zie ook[]

Advertisement